vereniging van krachten

Een inspirerend verhaal over inclusie: iedereen heeft zijn waarde

4 april 2018

In het boek ‘Door de bomen het bos zien’ beschrijft Jan Bommerez een prachtig verhaal over inclusie dat ik ter inspiratie graag wil delen. Als wij op deze manier naar onze samenleving zouden kijken, tot welke oplossingen zouden we dan komen?

Het verhaal begint in 1973 wanneer Jaime Lerner burgemeester wordt van het plaatsje Curitiba in Brazilië. Hij is geïnspireerd door ecologische principes, en met zijn team heeft hij meteen de intentie om Curitiba te transformeren van een typisch Braziliaanse corrupte stad tot een ware leefgemeenschap. Een van de eerste projecten van het team was de bouw van een winkelcentrum, om het hart van de stad nieuw leven in te blazen. Zodra het winkelcentrum af was, verschenen echter ook de bedelaars. In een traditionele aanpak wordt dan een wet goedgekeurd die bedelen verbiedt en wordt politie ingezet om die wet te doen naleven. Dat kost niet alleen veel belastinggeld, het voedt ook de gespletenheid in de maatschappij tussen diverse groepen. In een van oorsprong arme stad zoals Curitiba kun je niet een aantal arme mensen uitsluiten zonder tegelijk een boodschap te sturen naar het grootste deel van de inwoners die ook arm zijn.

Ze kozen ervoor ook de bedelaars tot co-creators te maken en ze te zien als een kracht voor de gemeenschap in plaats van als een sociaal probleem.

De leiding van Curitiba deed iets heel anders dan macht en politie gebruiken. Ze handelden op basis van het principe ‘iedereen in een systeem heeft een potentiele waarde voor het systeem’. Ze zagen het zogenaamde probleem van de bedelaars als een symptoom van een dieperliggende systeemkwestie, in het bijzonder dat mensen door het oude systeem in de rol van slachtoffer geduwd werden. Ze kozen ervoor ook de bedelaars tot co-creators te maken en ze te zien als een kracht voor de gemeenschap in plaats van als een sociaal probleem. In ruimere zin zetten ze allerlei programma’s op waaraan burgers konden deelnemen om van hun stad een betere stad te maken. De bedelaars waren slechts een van de voorbeelden. De diverse programma’s werden geleid door het principe ‘het is beter mensen te laten deelnemen aan het scheppingsproces dan ze te vervreemden’. Ze vroegen zich in het stadhuis dus af wat de bedelaars zouden kunnen bijdragen aan de stad.

Het stadsbestuur besloot de bewoners van de favelas te betalen om de recycleerbare vuilnis uit de armenwijken naar verzamelpunten te brengen.

De oplossing werd gevonden in de uitbreiding van een bestaand ecologisch programma, het verzamelen van recyclebaar afval. Dat programma was succesvol in de rijkere wijken en de middenstandswijken, maar niet in de arme wijken. In de favelas, de wijken waar huizen vaak gebouwd waren van kartonnen dozen en metalen blikken, waren er gewoon geen straten waar de vuilnistrucks toegang toe hadden. Dat waren nu net de wijken waar veel van de bedelaars woonden. Het stadsbestuur besloot de bewoners van de favelas te betalen om de recycleerbare vuilnis uit de armenwijken naar verzamelpunten te brengen. De betaling gebeurde niet in geld maar in voedselbonnen en in tickets voor gebruik van het openbaar vervoer. De voedselbonnen waren alleen inwisselbaar op de boerenmarkten aan de rand van de stad. Deze waren door de stad georganiseerd om de kleine boeren aan inkomen te helpen. De tickets voor het vervoer waren bedoeld om de armen naar plekken te brengen waar ze voorheen niet naartoe konden en waar meer aanbod van werk was.

Het resultaat was dat de stad geld verdiende aan de verkoop van gerecycleerde producten en dat het voedselbonnen en transportprogramma veel minder kostte dan extra politie inzetten tegen de bedelaars. De extra mobiliteit voor de armen hielp zowel de werkenden als de werkgevers. Het winkelcentrum werd een groot succes en de bedelaars verdwenen. Onzichtbaar door dit alles heen groeide de levenswil en de gemeenschapsgeest van de bevolking. De universele geest van harmonie was aan het werk en deed dat veel beter dan extra politie gedaan zou hebben.

Bommerez, 2016: 'Door de bomen het bos zien.'